Bewerken in de ontwerper

Teken een workflow en probeer hem uit zonder iets te starten

  1. De sectie Workflows
  2. De graaf
  3. Een knooppunt toevoegen
  4. Waar een knooppunt draait
  5. Een knooppunt bewerken
  6. Uitproberen

De sectie Workflows

Ontwerper > Workflows toont de workflowbestanden in een bestandsverkenner, met de tabbladen YAML, Visueel en Voorbeeld die elke sectie van de ontwerper heeft.

  • De knop + in de werkbalk maakt een workflowbestand aan, met een lege workflow om mee te beginnen.
  • YAML toont het bestand zoals het geschreven is. Commentaar en de volgorde van de sleutels blijven ook in de andere tabbladen behouden.
  • Visueel tekent elke workflow van het bestand als een graaf, met de naam en beschrijving erboven. Een bestand met twee workflows toont ze allebei, onder elkaar.
  • Voorbeeld is een proefrun van de workflow: zie Uitproberen.

Problemen staan boven de graaf, elk met een link die de YAML op de juiste regel opent: een koppeling naar een knooppunt dat niet bestaat, een lus, een playbook, inventaris, referentie, runner of repository die de ontwerper niet kent.


De graaf

De graaf lees je van links naar rechts, van START tot de laatste knooppunten. Elk knooppunt toont zijn identifier en daaronder wat het uitvoert; de koppelingen zijn gekleurd naar wat ze laat afgaan, zoals de legenda in de graaf aangeeft: bij succes, bij fout, altijd.

  • Klik op START om een eerste knooppunt toe te voegen: een knooppunt zonder ouder, dat draait zodra de workflow start.
  • Klik op een knooppunt om het te bewerken.
  • Klik op een koppeling om te wijzigen wat haar laat afgaan, of om haar te verwijderen.

Een knooppunt toevoegen

Een nieuw knooppunt voeg je toe met een wizard: Nieuw knooppunt bij succes, Nieuw knooppunt bij fout of Nieuw knooppunt altijd op een bestaand knooppunt, of START voor een eerste.

  1. Wat het uitvoert: de identifier van het knooppunt, Voert uit (wat voor knooppunt het is en, bij een playbookknooppunt, waar het draait) en wat het uitvoert: een playbook of een sjabloon of job, een workflow, de naam en time-out van een goedkeuring, of een repository. Zie Waar een knooppunt draait.
  2. Hoe het draait: de uitvoeringsinstellingen: de inventaris, de referenties, de limiet, de tags, de uitgebreidheid, check- en diff-modus, de voorwaarde (Draait als) en Waarden uit (zie het workflowbestand).
  3. Waar het heen gaat: het knooppunt waarna het draait, en wanneer.

Aanmaken voegt het knooppunt toe aan de YAML.


Waar een knooppunt draait

Voert uit zegt wat een knooppunt uitvoert en waar, in één lijst: Playbook op de RTE, Sjabloon op AWX, Sjabloon op Semaphore, Job op Rundeck, Job op Jenkins, en daarna Workflow, Goedkeuring en Repository-pull.

Voert uit Het veld eronder Runner
Playbook op de RTE Playbook: een playbook uit de ontwerper De standaard RTE, of een RTE-runner op naam
Sjabloon op AWX (inclusief AAP en Ascender) Sjabloon: de naam van de sjabloon, getypt de AWX-runners, elk met zijn variant
Sjabloon op Semaphore Sjabloon: de naam van de sjabloon, getypt de Semaphore-runners
Job op Rundeck of Job op Jenkins Job: de naam van de job, getypt de Rundeck- of Jenkins-runners
  • Playbook op de RTE wordt altijd aangeboden; de andere alleen wanneer de instantie een runner van dat type heeft.
  • Runner toont alleen de runners van dat type, met de standaardrunner gemarkeerd en vooraf geselecteerd (of anders de eerste op naam).
  • Kies je een andere plek, dan wordt gewist wat het knooppunt uitvoert, zodat je dat opnieuw kiest.
  • Een knooppunt waarvan de ontwerper de runner niet kent, toont Sjabloon of job op die runner.

Het workflowbestand verandert niet: zo’n knooppunt is een job_template-knooppunt met een runner: (zie het workflowbestand).


Een knooppunt bewerken

Klik je op een knooppunt, dan opent zijn dialoog, met vier tabbladen:

Tabblad Wat erin staat
Wat het uitvoert De identifier, Voert uit, wat het uitvoert en, bij een playbookknooppunt, de runner
Hoe het draait De uitvoeringsinstellingen; referenties kies je uit een lijst, elk toegevoegd met +
Draait na De koppelingen naar het knooppunt toe, en Alle ouders moeten samenkomen
Daarna De koppelingen vanuit het knooppunt, met Koppelen aan een bestaand knooppunt: en Koppelen aan een nieuw knooppunt:

Tonen in YAML opent de YAML op het knooppunt, en Knooppunt verwijderen verwijdert het samen met zijn koppelingen. Elke wijziging wordt meteen naar de YAML geschreven; Opslaan slaat het bestand op.


Uitproberen

Het tabblad Voorbeeld speelt de workflow door zonder iets te starten, volgens de regels van AWX.

Elk knooppunt begint als een succes. Klik op een knooppunt om het te laten mislukken, en klik nog eens om het weer te laten slagen; de graaf toont dan welke knooppunten zouden draaien, welke niet zouden draaien en of de workflow zou mislukken. Herstellen laat elk knooppunt weer slagen.